Tijdschrift

Inhoud Shrapnel 2018 nr.4

Blz.  2:  In Naives-en-Blois staat een merkwaardig oorlogsmonument

 Blz.  3:  Elfde maand, elfde dag, elfde uur…de laatste dag               

Herman Verstraete

Bij de zestien Amerikaanse divisies aan het Westfront waren er zeven divisie-generaals die, na het ontvangen van het bericht dat een wapenstilstand getekend was, beslisten dat de oorlog gedaan was: gedaan met wederzijds doden. Negen divisie-generaals vonden dat hun manschappen moesten vechten tot de laatste minuut.

 Blz. 11:  Het  oorlogsverhaal van Jérôme Verdonck uit Boeschepe.               Franse vader, Vlaamse moeder. Bij het uitbreken van de oorlog was hij seminarist.                                                                 

Freddy Vandenbroucke       

“’t raar … in vredestijd moeten soldaten drie jaar doen [in Frankrijk] om te leren oorlogen, maar in oorlogstijd kun je dat in drie maanden”… 

 Blz.17:  WO 1 en WO 2,  één onderbroken oorlog?

Robert Schulze

‘De volgende oorlog wordt een bewegingsoorlog; daarom moet het keizerlijke leger gedemobiliseerd worden, opnieuw getraind en opnieuw worden uitgerust.’

 Blz.23:  Sorry, een standbeeld voor Jack                           

Luc Vanacker

Speurhonden werden aan het front vooral gebruikt om gewonden op te sporen. Die verstopten zich vaak voor de vijand en werden daarom niet altijd opgemerkt door de eigen brancardiers.

 Blz.27:  De dag waarop Léon Fanfelle niet mocht sterven                   

 Johan Vermeeren

Met de sterfdatum van de Franse korporaal Léon Fanfelle lijkt echter bewust te zijn gerommeld

 Blz.29:  Wat ’n leven! Claude Farrère !                         

Herman Verstraete

Die Farrère had zeven levens. Ook aan het front. In 1905 had hij al de fameuze Prix Goncourt gewonnen, voor zijn ‘Les Civilisés’. Een klassieker, een van de beste historische romans over Indochina.

 Blz.38:  Achter de Duitse frontlijn werden duchtig tramlijnen aangelegd. 

Freddy Vandenbroucke

Een voorbeeld: een nieuwe verbinding Dadizele – Beselare  

 Blz.41:  Muiterij op de Duitse oorlogsvloot in de zomer van 1917:                hongeroproer of revolutiepoging?                                           

Rob Kammelar 

Op 31 juli 1947 kregen in de Britse sector van Berlijn twee straten nabij het voormalige Reichsmarineamt plotseling andere namen. De Tirpitzufer en de Admiral-Schröder-Strasse werden omgedoopt in Reichpietschufer en Köbisstrasse. Waarom moesten Alfred von Tirpitz, minister van Marine onder keizer Wilhelm II en architect van de Hochseeflotte, en Ludwig von Schröder, commandant van de marinetroepen in België en Frankrijk tijdens de Eerste Wereldoorlog, wijken en voor wie? Wie waren de nieuwe naamgevers Max Reichpietsch en Albin Köbis eigenlijk?

 Blz.49: Artistieke duizenpoot Jean Cocteau in Koksijde 

 Michel Piérart

Op 17 december 1915 trekt een bonte karavaan van Parijs naar het Belgische front. Graaf Etienne de Beaumont, ontsteld door de tekortkomingen van het Franse Rode Kruis, organiseert, met de steun van de pianiste Misia Godebska, een groot konvooi ziekenwagens dat hulp moet bieden aan de gewonden van het front in Vlaanderen. Zo rekruteert hij onder anderen zijn vriend en beschermeling, de artistieke Jean Cocteau voor de dienst ‘Ziekenvervoer’.

 Blz.67: De oorlogsbelevenissen in Alveringem  en Wulveringem, nu een deelgemeeente van Beauvoorde.                           

 Freddy Vandenbroucke

“In dat huis vertelde vader ons hoe hij als kind de Grote Oorlog beleefde, en zijn vele verhalen illustreren de laconieke dagboekberichten die zijn schoonvader genoteerd had toen hij in 1914-18 als hoofdonderwijzer de woning betrok”.

 Blz.75: Het IIIde bataljon van het 22ste Linieregiment tijdens  het offensief van 28 september tot 11 november 1918 

(Vertaling André Gysel)

Beknopte en chronologische samenvatting van de belangrijkste feiten door Charles D’Huyvetter. Op 28 september, de eerste dag van het eindoffensief sneuvelt Georges Osselaere, de bevelhebber van zijn compagnie, ergens tussen Merkem en Jonkershove. Charles D’Huyvetter, luitenant en de hoogste in rang neemt het bevel over..

Blz.87: Uit de memoires van Mechanist Serjeant Major Harold 

Luc Inion  & Luc Vanacker  

We brengen hier enkele fragmenten uit de memoires van Harold Platt, die van 10 juni tot 16 november 1917 hoofdzakelijk werkte in het wagenpark van het Britse Vijfde Leger nabij het Couthof in Proven.   

Kort:  Blz.21 rechtzetting. Blz .22:Volk van Parijs en oorlog: muzikaal en artistiek leven in de Franse hoofdstad 1914-’18’, Jeannick Vangansbeke. Blz. 26: ‘Wrede speling van het lot’, Johan Vermeeren. Blz. 40: ‘Duitse Sociaal-demokraten en WO I’, Jeannick Vangansbeke. ‘Domoren,’ Jeannick Vangansbeke. ‘Kruibeekse gekwetste soldaat vervoerd met de auto van zijne Majesteit de Koning naar de Ambulance te Veurne-Statie’, Johnny Driesen.  Blz. 66: ‘Het wedervaren van Soldaat Armand Balis’, Johnny Driesen.

                      Inhoud Shrapnel 208 nr. 3

Blz. 2: Beeldenreeks over het oorlogsmonument op Sart-Tilman

Blz. 5: In het mondingsgebied van de IJzer werd bij momenten hevig strijd geleverd                                                         

Freddy Vandenbroucke

“Van de ruïnes van Nieuwpoort-Bad en -Stad bleven enkel nog kelders over die beschutting gaven aan hoofdkwartieren en hulpposten. De twee godverlaten woonkernen en het omliggende platteland verborgen een ongelofelijk labyrint van onderaardse galerieën. De manschappen bewogen zich als mollen en je kon, als je door een opening in Koksijde de loopgraven binnen kroop door een opening in de eerste linie weer buiten kruipen zonder het daglicht te zien.” (Jean Cocteau)

Blz.17: Britse besluitvorming met betrekking tot de Dardanellen-operatie van 1915/16 (deel 3)                                                     

Hans Terpstra

Hoe de interne meningsverschillen in Whitehall leidden tot de mislukking van de Gallipoli-operatie in 1915

Blz.25: La bataille du Matz: de strijd in juni 1918 bij Compiègne                   

Eric R.J. Wils

Op de Rue d’Enfer werden op 11 juni 1918 drie alom bekende foto’s genomen van een Frans bataljon dat dekking zocht in het talud van de weg. Beklemmende en gruwelijke iconen van de strijd in dit gebied, die het hoogtepunt vormde van een op 9 juni 1918 begonnen Duitse aanval richting Compiègne.

Blz.31: Franse tanks aan de Matz                                     

Herman Verstraete

Voor de 163 ingezette Franse tanks duurde die veldslag aan de Matz slechts twee dagen, de elfde en de twaalfde juni.

Blz.37: ‘Mîr wëlle bleiwe wat mîr sin’                               

Johan Vermeeren

Op de avond van de eerste augustus stak een compagnie van het 7. Rheinische Infanterie-Regiment Nr. 69 onder Leutnant Feldmann rond zeven uur in het noordoosten van Luxemburg de grens over. De Duitsers bezetten het station van Troisvièrges en begonnen de spoorlijn op te breken.

Blz.43: Gedoe om een Gouden Dame                                   

Johan Vermeeren

Sinds 1923 herinnert het Monument du Souvenir van Claus Cito de Luxemburgers aan de offers die hun landgenoten brachten tijdens de Eerste Wereldoorlog. Blikvanger van het monument is d’Gëlle Fra, een verguld vrouwenbeeld dat door de jaren heen garant heeft gestaan voor een hoop gedoe.

Blz.47: Brief van de Kemmelse burgemeester Bruneel Gustave de la Warande 

Freddy Vandenbroucke

Dat het ‘samenleven’ van de burgerbevolking, kort achter de frontlijn, met Britse militairen verre van gemakkelijk was bewijst deze brief van de burgemeester van Kemmel aan een Belgische minister:

Blz.53: Curzio Malaparte, een volbloed Italiaanse patriot, halfslachtige fascist, politieke kameleon, vermaard journalist en schrijver, tussenin een toonbeeld van de ‘Italian lover’                     

Freddy Vandenbroucke

Curzio Malaparte werd op 9 juni 1898 geboren als zoon van een mooie Lombardijse, Evelina en een Duitse fantast en avonturier, Erwin Suckert. Die ‘kruising’ levert een apart soort schrijver en journalist op.

Blz.59: Philippe Leclerc de Hautecloque een naam als een klok…   

Freddy Vandenbroucke

De Hautecloque’s worden omschreven als gentilshommes campagnards, zeg maar landelijke, lagere adel met roots in Picardië. Deze ancienne noblesse die teruggaat tot de 12de eeuw, had enkele illustere voorvaderen en zou ook in de 20e eeuw van zich laten spreken. De meest bekende is Philippe Leclerc de Hautecloque die aan het hoofd van de 2e Division Blindée in 1944 Parijs bevrijdde.

Blz.63:  Vlaamse vaandelvluchtigen, een onzeker lot tegemoet         

Freddy Vandenbroucke

Toen het clandestiene Legercomiteit, na de oorlog de Frontbeweging genoemd, sublieme deserteurs door de vijandelijke linies stuurde, waagde het zich op een vervaarlijk helend vlak.

Blz.67: ‘Il fallait légitimer cette guerre totale’  

(vertaling Herman Verstraete)

Interview verschenen in L’Expresse, 3/8/2014, met emeritus hoogleraar Gerd Krummeich, universiteit Heinrich Heine Düssseldorf

Blz.69: The Millionaires’ Unit: An American at Schore

Luc Vanacker

Toen Alfred Ronse op tweede kerstdag 1918 zijn boerderij in Schore bezocht, trof hij er op de ruïnes van de gebouwen het levenloze lichaam aan van een Amerikaanse piloot. Het lijk was in gevorderde staat van ontbinding, het gezicht aangevreten door ratten, maar de helm en de jas zaten nog vast.

Blz.75: Het interneringskamp Wallantskapelle                                         

Guido Mahieu & Luc Vanacker

De kans dat u nog van het dorp Wallantskapelle gehoord hebt, is klein, want het dorp bestaat niet. Of beter, het bestaat niet meer.

Blz.79: Marseille: Als havenstad een vat vol bedrijvigheid

Freddy Vandenbroucke

Van de oorlogshandelingen hebben de Marseillezen niets gemerkt, des te meer passanten voorbij zien komen van en naar de oorlog via de haven.

Blz.84: James Mac Carthy; een jeugdige Australiër vond zijn graf in Vlaanderen

Chris Schalkens

Op 1 november 1914 verliet de 1st Division van de Australian Imperial Force (AIF) het land. Op 5 december arriveerden de manschappen in hun trainingskamp in Egypte. James McCarthy voegt zich bij de AIF 12 de-cember van datzelfde jaar. Hij krijgt er het stamnummer 886. Hij is dan, volgens zijn eigen verklaring, 18 jaar.

Kort: blz. 34: Gino Lecomte: ‘Seeflugstation Flandern II’. blz. 36: Luc Vanacker: De geboorte van de RAF. blz. 51 ‘Het merkwaardige verhaal van een Franse zwaar oorlogsvalide’ uit ‘Van den Grooten oorlog. blz. 52: Freddy Vandenbroucke: ‘Over spionnen en ander guur volk’.  blz. 74: rechtzetting. blz.78: Luc Vanacker: ‘Spaanse griep’. blz 82: Johnny Driesen: Het oorlogsverhaal van de Antwerpse soldaat Waltherus Arthur Van Vlimmeren. Jeannick Vangansbeke: Remise is niet langer mogelijk. blz.83: Gunther Adolf Bürstynn Duitse tankpionier.

Inhoud van Shrapnel 2018 nr. 2

Blz. 2: Het oorlogsmonument aan de Allerheiligen-watervallen bij Oppenau

Blz. 3: De wezen van de Ieperse Burgerlijke Godshuizen en WO I   

Francis Devlamynck

Op de vooravond van de Eerste Wereldoorlog bestuurde de Ieperse Commissie der Burgerlijke Godshuize. Voor elk van die ge-stichten bracht de oorlog een jarenlange vluchtelingenstroom op gang.

Blz. 19: Parijs onder vuur !

Eric R.J Wils/ Herman Verstraete/ Freddy Vandenbroucke

Wat hadden de ingenieurs van de Duitse wapenfabrikant Krupp nu weer bedacht om de Franse bevolking te belagen?

Blz. 28: De gevechten op de Kezelberg                                                               

Jan Vancoillie

Van aan de weg Menen-Ieper tot de weg Menen-Roeselare zijn twee compagnies van het 1ste bataljon van het Beierse Reserve-Infanterie-Regiment 1 (I/Bayr. Res. Inf. Regt. 1) opgesteld als voorposten. De 1ste compagnie bezet een voorpostenlijn langs de weg naar Roeselare. De Kezelbergmolen wordt ook bezet als voorpost.

Blz. 31: Hermann Göring’s Eerste Oorlog   

Freddy Vandenbroucke

“Al vroeg werden de egomane trekjes van zijn karakter duidelijk. Hermann wordt of een groot man of een boef, zei zijn moeder”. Hij werd een groot man én een boef.

Blz. 39: Monument Landowski wacht op bevrijding

Waldemar Ysebaert

Beeldhouwer Paul Landowski (1875-1961) sleepte na de Eerste Wereldoorlog. De ene na de andere miljoenenopdracht binnen voor het maken van monumenten voor de eeuwigheid. De meeste staan onwrikbaar verankerd in het landschap. Sommige gedenktekens vielen ten prooi aan nieuwe conflicten

Blz. 44: De expressionist Erich Heckel en Oostende 1915-1918

Wim Degrande

“Sinds de 6.III ben ik in dienst in het Etappe-gebiet. Onze Zug is één van degene zich het verst naar voor bevindt, eigenlijk al in het Operationsgebiet. We kunnen de machinegeweren en de kanonnen horen. We halen de gewonden van de Verbandplätzen achter het front af en brengen ze per spoor naar Roeselare vanwaar ze dan verder getransporteerd worden naar de Feldort-lazarette of naar Gent”.

Blz. 47: De strijd om de Dardanellen (deel II)

Menno Wielinga

Uit het verloop van de strijd om de Dardanellen was vanaf 18 maart 1915 duidelijk dat de Britse Marine er niet in zou slagen Constantinopel te bereiken zonder hulp van een grote landlegermacht. Dit landleger zou het schiereiland van Gallipoli moeten veroveren waarna de Marine ongehinderd door de Dardanellen kon opstomen naar Constantinopel nadat alle mijnenvelden waren opgeruimd.

Blz. 62: Helmuth von Moltke, de mens in zijn uniform

Robert Schulze

De in september 1914 op een zijspoor gezette Moltke schreef in november 1914: “De spirituele vooruitgang van de mensheid is slechts mogelijk door Duitsland. Daarom zal Duitsland deze oorlog niet verliezen; het is de enige natie die het thans op zich kan nemen om de mensheid naar een hogere bestemming te leiden.”

Blz.67: De Frontbeweging: de strijd om erkenning en evenwaardig gebruik van de volkstaal

Freddy Vandenbroucke

De Vlaams – geëngageerde kapelaan Cyriel Verschaeve verwoorde het zo en legde wellicht ongewild de vinger op de wonde: “Gewoonlijk zeggen de officieren niets in het Vlaams. Is Vlaamse volstrekt nodig, dan bedienen ze zich van de sergeanten. Die spreken dan in naam van des konings en der hoogste gezagsbekleders geen Vlaams, maar ’t platste Gents, Antwerps, Leuvens, Brugs, Brussels of wat dan ook”.

Blz.71: Hier ist etwas Loos (deel II)

Yves Derveaux

In deel 1 van dit artikel (zie Shrapnel 2018/1) kon u lezen hoe korporaal Fritz Schlegelmilch na een verkwikkend verlof in Ma-nebach en een kort verblijf in Roeselare halsoverkop het front rond Ieper moest verlaten om naar Hulluch te trekken. Daar zouden hij en zijn regiment, het RIR 233, deelnemen aan wat later zou bekend worden als de Slag bij Loos. Van 3 tot 18 oktober zal Schlegelmilch bijna ononderbroken in het oog van de Britse storm staan, die alles uit de kast haalt om een doorbraak aan het westfront te realiseren. Zijn dagboek – achteraf geschreven op basis van zijn brieven en herinneringen – levert ons een unieke kijk op de Duitse kant van het verhaal.

Blz.77: Maandag 4 november 1918: Het laatste bezoek van de Duitse keizer Wilhelm II aan zijn troepen

Walter De Swaef

Pastoor Frans Voortman van Vlekkem, een kleine deelgemeente van Erpe-Mere, schrijft in het Liber Memorialis van zijn parochie dat de Duitse keizer Wilhelm II op 5 november 1918 gezien zou zijn in zijn auto op de vlucht van Sint-Lievens-Houtem via Bambrugge naar Aalst. Lang dacht men dat dit een cowboyverhaal was. Wat zou de Duitse keizer op vijf dagen voor zijn troonsafstand in deze contreien komen doen?

Blz.80: De kanonnen van het ‘Quartier du Bois’ van Koksijde

Michel Piérart

In juni 1916 kwam de toestemming van de hoogste Franse legerleiding voor het vervoer via spoor naar Koksijde van twee grote artillerie- stukken van 270 mm. Deze ALVF (artillerie lourde sur voie ferrée) woog 30 ton en had een bereik van ongeveer 30 kilometer.

Blz.86: Canadese spoorwegtroepen aan de Westkust

Luc Vanacker

Toen ze op 25 augustus 1915 in het niet bezette stukje België aankwamen met 17 officieren en 441 ‘other ranks’, werden ze aanvankelijk toegewezen aan de Belgische Tweede en Zesde Legerdivisie en legden ze (smal)sporen in de loopgraven.

Kort: Blz. 18: Weggevoerde en omgekomen Hobokenaren 1916-1917. J.Driesen. Blz. 38: Het Arabisch kruitvat’, boek introductie. Freddy Vandenbroucke. Blz. 66: Vinnige belangstelling. Herman Verstraete. Blz. 76: Kortrijk: Bloedig luchtbombardement of was er iets anders aan de hand? Freddy Vandenbroucke.

Inhoud Shrapnel 2018 nr.1

Blz.  2: De Frontbeweging tegenover het militaire machtsapparaat in 1917     

 Luc Vandeweyer

Blz.  3: ‘Tegen de beslissingen op het slagveld is geen beroep mogelijk’

Freddy Vandenbroucke

‘Het ging over de grote strijd tussen de naties waarin geen bestand of pauze bestaat, doch de sterkste de overwinning laat behalen. Patriottisme en militaire deugden, daar draaide het om’.

Blz.  9: De daverende Marseillaise                                     

Herman Verstraete 

Iedere protestbetoging, van welke kleur ook, in zaal of ergens te velde, voor of tegen het aanleggen van een vliegveld, voor of tegen een nieuwe autoweg: een denderende Marseillaise.

Blz. 13: De Slag aan Ferme de Quennevières                                                      (6 tot 15 juni 1915) 

Freddy Vandenbroucke 

De frontlijn kwam bij Quennevières tot stand op wat je een (hoog)vlakte kunt noemen. Voor de Duitsers lag kort na de voorste loopgraven de ravin de Martinet. Vanuit die loopgraven werden verbindingsgangen uitgedolven tot de ravijn die een ideale schuilplaats was voor troepen in betrekkelijke rust maar toch dichtbij in geval van een onverhoedse aanval.

Blz. 25: ‘Eer Vlaanderen vergaat’, een licht karikaturaal  verhaal over romantisch nationalisme,                                             

Freddy Vandenbroucke 

Florimond las geen dagbladen meer en dat gaf hem rust. Te lang had hij zich blindgestaard op de blokletters: ‘Les forts de Liége tiennent toujours’. Als het achteraf bleek dat ze al een hele tijd waren gevallen; zulke onmogelijke onzin werd op evangelietoon uitgekraamd, de pers zwolg in aantijging en ophitsing, zodat Florimond aan alle dagbladgeschrijf de brui gaf…

Blz. 31: Kort voor het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog  werd Duitsland opgeschrikt door enkele massamoorden,             

Freddy Vandenbroucke 

Losgeslagen enkelingen, iets van overal en van alle tijden.

Blz. 33:  Vergeten Franse Chinezen? 

Herman Verstraete 

Van die 140 000 bleven er na WO I maximaal nog 1.800 in Frankrijk wonen.

Blz. 35:  Een moordpoging op een Duitse Feldgendarm in Gullegem in 1916

 Jan Vancoillie

Gefreiter Seiffert doet naar gewoonte ’s avonds zijn ronde om te zien of alles rustig is in Gullegem.

Blz. 39: Trompetten of klaroenen en trommen,                                         

Roger V.  Verbeke 

De oorsprong van de militaire muziek ligt in de eeuwenoude behoefte signalen te geven aan personen of groepen op een afstand die niet met de stem overbrugbaar is.

Blz. 43: Friedhof Epinonville en het LIR 122  tijdens het Frans offensief van 20 augustus1917 Wim Degrande                                                               

Het gaat hier om een deel van  de zogenaamde ‘Tweede Slag om Verdun’.

Blz. 51: Oorlog met voorbedachten rade … en de winnaar was …            

Herman Verstraete 

‘’De oorlog heeft tot nu toe onze zakencijfers vervijfvoudigd, onze winsten vertienvoudigd. Onze geallieerden zijn op de eerste plaats onze winstbezorgers. Wij worden rijk door in Europa katoen te leveren, wol, vlees, staal, obussen”…

Blz. 53: Hier ist etwas Loos! (deelI) 

Yves Derveaux 

Het Kriegstagebuch van leerkracht-soldaat Fritz Schlegelmilch brengt voor een stuk de Duitse versie van de Battle of Loos. Vanuit Vlaanderen werd zijn regiment, het RIR 233 naar de omgeving van Loos gestuurd om er de gaten op te vullen. In vergelijking met de Artois lag in september – oktober 1915 het Vlaamse front er  betrekkelijk  rustig bij.

Blz: 59: Erich Ludendorff herschrijft geschiedenis,   

 Johan Vermeeren 

In de verwarrende jaren na de Eerste Wereldoorlog zocht Erich Ludendorff verklaringen voor de Duitse nederlaag. Hij vond een duister complot van bovenstatelijke machten. Ludendorff ontdekte dat de oorlog een ongelijke strijd was geweest die Duitsland nooit had kunnen winnen, zelfs niet onder zijn leiding.

Blz. 65: Van de Eerste naar de Tweede Wereldoorlog: het ‘Mirakel van Duinkerke’ verklaard door het ‘Mirakel van de Marne’?             

 Herman Verstraete 

Twee verschillende oorlogen,  twee dezelfde dilemma’s.

 Blz. 71: De strijd om de Dardanellen (deel I)   

Eric Boot 

De Brits- Franse maritieme operaties in de zee-engte (19 februari -25 april 1915) voorafagaande aan de landingen op Gallipoli waardoor de doorgang naar de Zwarte Zee kon vrijkomen.

Blz. 76: Britse veldhospitalen in de sector Nieuwpoort           

Luc Vanacker& Guido Mahieu

Op 22 juni worden in l’Océan al ‘drie lelijk toegetakelde Britten’ opgenomen. Op 27 juni zijn er al ’75 gewonden’ en nog eens ’40 in de nacht’. ‘Sinds de komst van de Britten hebben we enorm veel werk. We slapen maar drie en een half uur’ schrijft verpleegster Jane De Launoy op 28 juni.

Blz. 84:  Een oorlogsvriendschap. Een late brief van Joe English aan Jozef Gesquière

Jozef Ameeuw

Als jonge leerkracht van het 3de en 4de leerjaar, maakte hij tijdens de Eerste Wereldoorlog kennis met Joe English…

Blz. 89: De betekenis van Thoma Ernest Hulme

 Luc Vanacker

T.E. Hulme (1883-1917) schreef twee of drie gedichten die door T.S. Eliot terecht omschreven zijn als van de mooiste korte gedichten in de Engelse taal.

Kort:  blz. 24: De Venezolaanse oorlogsvrijwilliger José de  Jesus Sanchez Carrero (F. Vandenbroucke); blz. 38: Poolhonden in dienst van het Franse leger (Herman Verstraete); blz. 58: Dark  Tourism   (Freddy Vandenbroucke);  blz. 64 blz: Stefan Zweig en Georg Trakl (Freddy  Vandenbroucke); blz. 70:  historicus Theodor Mommsen (Dirk Rochtus).

Inhoud Shrapnel 2017 nr. 4

Blz. 2: Passendale: Canadezen in het gareel voor de laatste stoot 

Freddy Vandenbroucke

Wat de Canadeze generaal Currie eiste leek op het nieuwe Franse concept. Een afdoende hoeveelheid artilleriesteun, die een aanval dekt over een relatief smal front (ongeveer 3 km), uigevoerd door amper twee divisies in de frontlijn die dan maar met een beperkt aantal bataljons in de vuurlinie blijven die vervolgens snel worden afgelost.

Blz. 11: Een onverteld verhaal na negentig jaar uit het ongewisse gehaald

Ingrid Pype

De lijken in kisten gelegd, werden tot vóór de kerk gebracht. ’t Was door bemiddeling van zekere Juffr. Orian die zich daarmee gelastte in al de parochies rond Merchtem, en men mag zeggen dat verscheidene zijn terecht gekomen daardoor die anders nooit zouden teruggevonden zijn. Aan de Kerk werden de gebeden gelezen door de geestelijkheid der parochie. Hier moeten we in ’t voorbijgaan aanstippen dat een Duitsche delegatie van Dendermonde aanwezig was bij de ceremonie. Als er te ‘paradeeren’ was, ontbraken ze niet.”…

Blz. 23: Korpsbevelhebber, generaal Berthold von Deimling, ‘Schlächter von Ypern’?   

Freddy Vandenbroucke, Herman Verstraete

Berthold Deimling, hoewel geen Pruisische jonker, waarmee Duitse topgeneraals wel eens worden geïdentificeerd, was al even-min van adellijke afkomst waarmee het kruin van de legertop vol van zat, de von’s van hier tot ginder. Nochtans, ook hij kon vanaf 1905 een von aan zijn naam toevoegen, na in de adelstand te zijn verheven. Maar in wezen bleef hij een zoon uit een begoede burgerklasse, meer bepaald hogere ambtenarij. Daar zal hij na een abrupt afgebroken militaire carrière, mentaal weer bij ‘thuis-komen’. Hij werd immers eind 1916 ‘kaltgestellt’ door het nieuwe tandem von Hindenburg-Ludendorff als Oberste Heeresleitung.

 Blz. 44: Keizer Wilhelm II… ,

Herman Verstraete

Ook in zijn onmiddellijke omgeving maakte men zich zorgen om zijn woede-aanvallen, zijn mentale evenwichtsstoornissen, zijn hal-lucinaties. In kleine kring werd er zelfs aan gedacht hem af te zetten. Wilhelm wees zijn moeder af en verachtte zijn vader. Hij had een haatliefde-relatie met zijn moeder, Victoria van Saksen Coburg-Gotha, dochter van de gelijknamige Britse koningin. Geleidelijk kreeg de moeder afkeer van haar zoon.

Blz. 47: Executieplaats  Dickebusch Huts …  Shot at dawn (deel 2)

Marnick Storme

Bij de plaatsen van executies springen twee locaties in het oog door het hoge aantal voltrokken vonnissen: Poperinge en ‘Dicke-busch Huts‘. Dat Poperinge als rustkwartier ook heel wat krijgsraden te verwerken kreeg, is genoegzaam bekend. ‘Dickebusch Huts’ echter doet menigeen de wenkbrauwen fronsen…

Blz. 51: De dood van de expressionist Wilhelm Morgner en de gevechten door het RIR 262 te Langemark, augustus 1917                                           

Wim  Degrande

In 1912 was zijn werk al te bewonderen op de grootse tentoonstelling “Sonderbund-Ausstellung” in Keulen. In datzelfde jaar maakt hij kennis met Franz Marc en Wassily Kandinsky en de “Blaue Reiter“.

Blz. 57: Een haast vergeten strijd aan de Somme…in 1914                       

Eric Wils

Na het gevecht op 28 augustus 1914 werden eerst de Franse gewonden zo goed als mogelijk geholpen door de dorpsbewoners. Na de gewonden kwamen de doden, die pas vanaf 30 augustus met behulp van boerenkarren van het slagveld werden gehaald. In de hitte van augustus waren de lichamen al aan het ontbinden…

Blz. 67: Gabriele d’Annunzio, dichter in woord  en  strijder in  daad tot  ter dood van anderen                                                                                     

Freddy Vandenbroucke                                        

Gabriele d’ Annunzio sprak in mystieke bewoordingen, gebruikte woordspellingen en riep verheven gedachten op, trouwens ook een beproefd recept voor sekteleiders. Hij zwelgde in bombastische retoriek, zonder ooit ontnuchterd te worden door werkelijkheidszin. Bovenal hield hij van grootsheid, niet alleen als persoonlijk gevoel, maar ook als iets gemeenschappelijk en kleefde daar de gedachte aan dat daarvoor oorlog niet eens een noodzakelijk kwaad was.

Blz. 74: Tunnelling: de aardbeving-idee … Uit het dagelijkse leven van tunnelgravers…,                                                                                             

Herman Verstraete

Zoals bij veel geallieerden kregen de gravers royale hoeveelheden rum. Ze hadden het nodig. Op de stenen kruiken stond: SRD. Strong Rum: Dilute. Straf goedje: uitlengen. Dat uitlengen werd soms vergeten.

Blz. 80: Dunkirk: een film

Luc Vanacker

Wie een historisch correct verhaal wil horen, kan terecht in het vernieuw-de Bastion 32 in Duinkerke. Het aantal bezoekers schoot er dank zij de film de hoogte in. Ook het boek van Joshua Levine, Duinkerke. Het verhaal achter de spectaculaire bioscoopfilm, biedt een vrij volledig en evenwichtig verhaal van de gebeurtenissen.

Blz. 83: Ontploffing in het munitiedepot Elzentap                                       

Luc Vanacker

Tijdens de voorbereiding van de Derde Slag bij Ieper werd beslist om bijkomende munitiedepots op te richten, onder meer op het gehucht Klein Leisele en bij de Elzentap. Niet alleen voor het Belgische leger, maar ook voor het Franse en het Britse.

Blz. 86: Twee Britten aan de Belgische kust

 Luc Vanacker

Op twee figuren van de Dover Patrol gaan we hier wat nader in: (1) luitenant Edward Wise van de monitor Severn en (2) onder-luitenant Edgar Donovan van de Royal Naval Siege Guns in de duinen van Oostduinkerke.

Kort: Blz. 10: Een nieuw standbeeld voor Guynemer, Luc Vanacker. Blz. 56: Het verhaal achter sommige oorlogsmonumenten , Freddy Vandenbroucke. Blz. 66: Column: De varkens van Hasselt,Luc Vandeweyer . Blz. 89: Erratum – Jules Deman (Shrapnel 2017 nr.3)  Francis Devlamynck

Inhoud shrapnel 2007 nr.3

Blz 2: Wat zijn recensies waard?

Luc Vandeweyer

Blz 3: De Franse inbreng in de Derde Slag bij Ieper

Freddy Vandenbroucke

Dat paste volkomen in het concept van les offensives à objectifs limités.

Blz 9: Tijdens de Derde Slag bij Ieper werd verwoed gevochten voor het Herenthage park dat meerdere malen van bezetter wisselde

Etienne Delannoo+

Nu volgde wat de Britten ‘Haig Weather’ noemden; zonder ophouden regende het van 31 juli tot 4 augustus. De 30th Division werd na enkele dagen afgelost door de 18th Division. Dag en nacht wachtten de mannen nu in het verzopen land in granaattrechters waar soms lijken in ronddreven’.

Blz 33: Hoe een nederlaag herdenken? Of elke oorlog duurt honderd jaar

Herman Verstraete

Nooit had een Franse president zich daar vertoond. Want in 1917 een zodanige mislukking dat latere Franse schoolboeken Chemin des Dames slechts heel schuchter vermeldden. Daar het Franse leger – zoals ieder leger – moeilijk begrip voor opstandige poilus kan opbrengen, is het voor een president, chef van het leger, dubbel moeilijk zich daar te laten zien.

Blz 35: Jules Joseph Deman, Belgisch soldaat in de Grote Oorlog,

Francis Devlamynck

Na verloop van tijd werden cavaleristen getransfereerd naar de artillerie. Zo ging Jules Deman op 30 november 1916 over naar het 5e Artillerieregiment in zijn vroeger Ve Legerdivisie.

Blz 45: 1914: De spookspoorlijn van Warneton naar de Zwijnebak

Freddy Vandenbroucke

Op de militaire kaart, uitgegeven in 1911 staat een spoorvak ingetekend dat aftakt bij Warneton (Waasten) van de lijn Kortrijk – Armentières. Maar toen in 1914 de oorlog uitbrak was er wellicht enkel een concessie verleend maar de aanleg was nog niet aangevat.

Blz 49: Paul Mauk, Duitslands jongste gesneuvelde, Wim Degrande

Paul Mauk heeft de illustere eer als jongste gesneuvelde Duitse oorlogsvrijwilliger uit WO1 de geschiedenis in te gaan. Of dit wordt althans aangenomen. Hij stierf nog geen 15 jaar oud.

Blz 55: ‘Hij was direct een lijk’: de Slag bij Sint-Margriete-Houtem vanop de eerste rij

Yves Derveaux

Dankzij Le Combat de Hautem-Sainte-Marguerite (1923) van kolonel Crame weten we perfect wie er zich waar bevindt op die noodlottige 18de augustus. Majoor Dugniolle geeft rond de middag de 1ste, 2de en 3de compagnie van het I/22 Li de opdracht om positie in te nemen in de loopgraven 800 meter ten oosten van Sint-Margriete-Houtem.

Blz 61: Geblinddoekt …’Shot at dawn’ in de Ieperboog

Marnick Storme

Meer dan de helft van de 346 mannen die door het Britse leger gefusilleerd werden voor een militair vergrijp, vochten in de Ieperboog.

Blz 65: Poilu cocu…Bedrogen en woest van colère!   

 Herman Verstraete

…in WO I: Zonder remmen vertoonde ze zich met mannen in het publiek, in cafés, uitgedost en opgetut in uitdagende toiletten. Niemand kon ernaast kijken…

Blz 67: De verleidelijke overwinnaars

Herman Verstraete

… in WO II: Op een van de bekende Duitse affiches in Frankrijk stond: “Populations abandonnées, faites confiance au soldat allemand”.

Blz 71: Van kasteel naar het front; de oorlogsdagboeken van Jozef Simons 1914 -1918,

Stijn Geudens

Zijn bekendste werk is zonder twijfel de frontroman Eer Vlaanderen vergaat (1927) over de Vlaamse bewustwording in de loopgrachten aan de IJzer.

Blz 75: General Sixt von Armin

Jan Vancollie

Friedrich Bertram Sixt von Armin neemt op 16 juni 1870 dienst in het toen nog Pruisische leger om net als zijn vader een militaire carrière te beginnen.

Blz 78: De Russen van Adinkerke

Luc Vanacker

In Adinkerke bevinden zich vier Russische graven op Adinkerke Military Cemetery.

Blz 83: Dokter Jozef Verduyn, de man achter de Heldenhulde,

Luc Vanacker

Op 1 augustus 1914 werd Jozef Verduyn opgeroepen als adjunct-geneesheer, een functie die hij heel de oorlog zou uitoefenen. Hij werd beoordeeld als: ‘Een robuuste gezondheid, een standvastig karakter, een goede opvoeding, gezond verstand, gedisciplineerd tegenover zijn meerderen, maar te familiaar tegenover soldaten.’

Blz 86: Moresnet: een historisch schampschot

Freddy Vandenbroucke

Belgisch Moresnet, Neutraal Moresnet, Neu – Moresnet en nog eens een zinkmijn. Probeer daar maar een lijn in te trekken.

Kort: Blz 44: De Franse voorgeschiedenis van de staat Syrië, Freddy Vandenbroucke . Blz 48: Maggi in oorlog , Herman Verstraete Blz 54: Henri Chassaigne was een nietsnut en een schavuit, Freddy Vandenbroucke Blz 74: De zaak Guynemer, het misplaatste misprijzen voor de volkse overlevering, Luc Vanacker

Inhoud shrapnel 2007 nr.2

Blz   2:  De Frontbeweging: bakermat van de ‘open frontbrieven’  

Luc Vandeweyer

 Blz   4: De forten van Maubeuge waren niet bestand tegen het zware Duitse geschut     

Freddy Vandenbroucke

De fortengordel rond Maubeuge was ouder dan die rond Luik en Namen, nog voor de krachtige brisantgranaat ter beschikking kwam. De term brisantie verwijst naar het versplinterend effect van een springstof. Krachtiger chemische mengsels, samen met de ontsteking met vertraging, hadden tot gevolg dat de gemetselde forten totaal verouderd waren.

Blz 15:  ‘In Vlaanderen heb ik gedood’ – Een vergelijking van fictie met feiten                    

Jasper J. Wielaert

Aan weerszijden van de ingang van de Prins Albrecht Kazerne te Brussel, Karmelieten­straat 24, hangen zware bronzen plaquettes. Ze memoreren dat het 1e en 2e Regiment Grenadiers op 3 augustus 1914 op pad gingen om tegen de Duitsers ten strijde te trekken. Eén van degenen die mee marcheerde was soldaat Jean Gustave Schoup, die in september 1932 zijn aanklacht In Vlaan­deren heb ik gedood zou publiceren, een van de weinige Nederland­se anti­militaristische romans van zijn tijd.

 Blz 27: Ernest Claes: biografisch doorgelicht                                       

Freddy Vandenbroucke

Hij heeft geen vlag voor zijn volk gedragen, geen muren bestormd, niet gemuit, niet geleraard, niet gepreekt, maar hij wist zijn volk te raken in het hart met een toverwoord: Er was eens…”  (Gerard Walschap).

 Blz 35: Tussen Duitse laars en Vlaamse (blauw)voet

Yves Derveaux

De bewogen oorlogsjaren van een Tieltse principaal: In maart 1908 verschijnt Menenaar Oscar Vanden Abeele voor het eerst op de voorgrond. Hij wordt de nieuwe principaal – wat een mooi woord om de directeur van een rooms-katholieke school te benoemen – en houdt voor het eerst in de geschiedenis van het college een welkomstwoord in het Vlaams.

 Blz 37: Oyonnax: of de symboolwaarde van Elf November     

Herman Verstraete

Pétain (1943): Spreek niet van weerstanders! Het is schorremorie dat de lokale bevolking besteelt. Ze zijn niets waard. We zullen ze trou-wens allemaal wegvegen. Ze kennen geen discipline. Het is een zootje ongeregeld, zonder leiding, zonder opleiding, zonder middelen tot verweer. Het zijn terroristen en bandieten.

 Blz 41: Amand De Backer: Foute held,  foute herinnering    

Paul De Vuyst

Wie sterft gaat heen in de tussentijd. Pas wanneer er geen levende herinnering van iemand meer is, wordt men geschiedenis. Amand De Backer is geschiedenis. Hier volgt zijn verhaal opnieuw want in het licht van herinneringen sterft men niet opnieuw. Zijn verhaal is een verzameling feiten uit vele hoeken geworden. Het is niet alleen het verhaal van een verboden held maar ook van iemand die vreesde te moeten sterven als foute herinnering of fout verhaal.

 Blz 51: Huzaar Kniggge speurde van op kerktorens naar de vijand    

Freddy Vandenbroucke

Gedurende de oorlog schreef Freiherr Knigge bijna dagelijks een brief aan zijn ouders. Deze geven zoals in een dagboek, de persoonlijke belevenissen en indrukken van de toenmalige 19-jarige weer: spontaan, beknopt en in een opgewonden sfeer, dikwijls onder ongunstige omstandigheden, in  koude en bij slechte belichting geschreven.

 Blz 61:Theoloog Teilhard de Chardin,1881-1955,  jezuïet  en poilu       

Freddy Vandenbroucke

Eind jaren vijftig en in de jaren zestig was hij een theologisch cultfiguur, deze jezuïet die ook natuurkundige was en tijdens de eerste wereldoorlog brancardier. In zijn talloze brieven schreef hij onder meer: “In dat uur [aan de frontlijn] spelen klaarblijkelijk de vervoering en een zekere bedwelming een grote rol. Daardoor is de infanterist die de loopgraven verlaat, een bijzonder mens die een minuut heeft beleefd waarvan de anderen geen vermoeden hebben”.

 Blz 71: Fictie en realiteit  vermengd in  ‘Offer voor een verloren zaak’

  Freddy Vandenbroucke

“De enige bron was [aanvankelijk] het doodsprentje met veel foutieve informatie. Ook streekgenoot Herman Welters [die verder eveneens prominent in het verhaal voorkomt] leefde echt in die tijd en was ook een ver familielid van mijn overgrootvader. Dankzij de Duitse oorlogsgravenstichting kon ik tenminste de eenheden waarin ze dienden achterhalen. Vervolgens wist ik de geschiedenissen van beide regimenten te bemachtigen, zodat het geraamte van het verhaal kon ontstaan: hun tocht vanuit hun dorp naar de plek die hun graf zou worden. De militaire carrières van Heinrich en Hermann zijn niet met zekerheid vast te stellen, de verwikkelingen in de roman berusten op fictie”.

 Blz 75: Het garnizoen Ieper in 1913 – 1914                                                    

 Roger V. Verbeke

Ieper heeft een ingewikkelde geschiedenis, onder andere als garnizoensstad: sinds eeuwen en tot op heden. In de brochure Ieper garnizoensstad, van 1992, publiceerde het Centrum Historische Documentatie van de Krijgsmacht een lijst van Belgische eenheden die ooit een periode in Ieper gevestigd waren. In het kader van de herdenking van de wereldoorlog 1914-1918 beperken we ons tot de vooroorlogse tijd.

Blz 85: Het werk van de tunnelling companies na de Slag bij Passendale  

 Alex Deseyne

Al tijdens de Slag bij Passendale dreigt ook de huisvesting van de troepen een belangrijk probleem te vormen. Immers, na de artillerie‑orkaan die de streek veranderd heeft in een maanlandschap, zijn geen bovengrondse schuilplaatsen meer overgebleven. Alleen veroverde Duitse bunkers bieden een relatieve bescherming. Daarom leggen de  tunnellers vanaf september 1917 een verwoede activiteit aan de dag.

 Kort: Blz  3:   Mijn eerste kennismaking met de oorlog (vertaling)  Fernand Verstraete. Blz  14:  Wennen aan de oorlog?  Herman  VerstraeteBlz  21:  Werden de Franse  poilus opgefokt  tot aanvalszuchtige  drinkebroers?   Herman Verstraete. Blz  26:  De wereldorde van Napoleon werkte nog 100 jaar;  Freddy Vandenbroucke. Blz  39:  Gallipoli: van sensatie in de kranten tot geschiedschrijving. Jeannick Vangansbeke. Blz 40:  Hoe keek men tijdens de oorlog aan tegen bewegende beelden van oorlogshandelingen die in cinemazalen werden vertoond, ook in neutrale landen? Freddy Vandenbroucke. Blz 48:   Wie was de vader van de idee:een graf voor de onbekende soldaat? Herman Verstraete. Blz 50:   Camiel Ottevaere: Spion tegen wil en dank? Freddy Vandenbroucke. Blz 60: . Het non-verhaal over Sebastian Paustian.  Freddy Vandenbroucke. Blz 84:  Verdienstelijk werk van luitenant de Dorlodot vanuit Folkestone.  Johnny Driesen

Inhoud Shrapnel 2017 nr. 1

Blz.   2: Louis Nijs wordt slachtoffer van Shell shok in oktober 1914 

 Luc Vandeweyer

 Blz.  3: De Naamse fortengordel    

Freddy Vandenbroucke

In dezelfde periode als rond Luik werden ook rond Namen forten gebouwd, geen twaalf zoals rond Luik maar negen. Dit alles werd welwillend bekeken zowel door Frankrijk als vooral Duitsland.

Blz. 23: Herbert –  George Wells, visionair  of  fantast?

 Freddy Vandenbroucke

Een loopbaan als wetenschapper zat er niet in voor hem. Hij zou zijn verworven kennis over de natuurwetten, de biologie maar ook de technische toepassingen op een andere manier uitwerken: als romanschrijver.

Blz. 29: Een boodschap van 100 jaar geleden

Fernand  Verstraete

Als commandant van zo een grote eenheid als een legerkorps dat vier divisies telt (ongeveer 80 000 man) is het voor mij onmogelijk alle loopgraven van de verscheidene frontlijnen en alle kampen te bezoeken en iedere persoon te spreken, wat ik echter wel zou willen doen. U moet mijn wil om dit te doen, inzien en dit gedrukt bericht in plaats van het gesproken woord aanvaarden.

Blz. 33: Bijna 70 jaar na datum verscheen een boek vol venijn over de Belgische militaire leiding: ‘L’ An 14, La Campagne des Illussion’

Freddy Vandenbroucke & André Gysel

Vele tientallen jaren na datum heeft Henri Bernard  zich geworpen op bijna 3 000  handgeschreven blaadjes die zijn vader destijds had neergepend. In augustus 1914 was vader Bernard bataljonscommandant in de graad van majoor bij de Jagers te Voet. Enkele maanden later was hij, in de graad van kolonel, bevelvoerder van een brigade tot een mislukte aanval op de petroleumtorens in Diksmuide een einde maakte aan die veel belovende carrière.

Blz. 43: Roland Dorgeles; ‘Houten Kruisen’ (boekintroductie)

Freddy Vandenbroucke

“We plachten over ons leven te praten als over iets  wat al dood was, de vaste overtuiging niet meer terug te keren scheidde ons als een grenzeloze zee van het leven, en zelfs onze hoop leek te slinken, beperkten zich tot de wens om in leven te blijven tot we zouden worden afgelost. Er waren te veel granaten, te veel doden, te veel kruisen, vroeg of laat zouden wij aan de beurt zijn”.

 Blz. 49: Deserteur Schoup en zijn oorlogsroman

Roger V. Verbeke

In 1932 publiceerde hij in Rotterdam zijn debuutroman In Vlaanderen heb ik gedood. – Vertelde hij overal de waarheid? Overdreef hij niet? Gaf hij zichzelf niet de hoofdrol? Hoe verklaart hij zijn vaandelvlucht?

Blz. 51: Hoe het  met J. G.  Schoup  verder verliep…

Jasper J. Wielaert

Jean Gustave Schoup liep langs de oostelijke oever van de Schelde in de stroom burgervluchtelingen mee, incognito in burgerkledij. Op 9 oktober 1914 kwam hij aan. In Ossendrecht vond hij logies in een pension, tot hij als soldaat herkend werd. “Den tweeden dag van mijn verblijf in Holland werd ik door een oprecht vaderlander, een hoogstaand patriot, verraden en door de Nederlandsche autoriteiten geïnterneerd”, zou hij achttien jaar later in zijn anti-oorlogsroman schrijven.

Blz. 62: Berthe Perrier, weduwe met witte sluier, of de compromissen in oorlogstijd

Herman Verstraete

Van haar vader erfde ze de gave feilloos runderen, paarden en veulens op hun waarde te schatten. Ze leverde haar melk wel af met witte handschoenen maar bleef een echte boerin.                                              

Blz. 64: Een furie van anti-Duitse hysterie

Herman  Verstraete

De barbaren zijn onder ons! Het begon met een anti-Kultur-kruistocht tegen Duitse woorden, want het Duits was ‘arrogant en hoogvaardig’. Woorden als Sauerkraut en Hamburger en zoiets als Bismarck-oliebollen werden verboden en vervangen.

Blz. 67 De verdediging van Noord-Frankrijk   

Luc Vanacker

Rijsel lag tijdens de Eerste Wereldoorlog op zo’n 20 km van het front, maar wel in bezet gebied. Meteen na de oorlog barstte in ‘la capitale des Flandres’ een felle polemiek los over de vraag waarom de stad in het begin van het conflict niet beter verdedigd was geweest.

Blz.71: Wandeling door het militaire verleden van Rijsel

Luc Vanacker

We starten onze wandeling bij de citadel, waar in 2017 twee nieuwe betalende parkings geopend werden op het oude exercitieplein Champs de Mars. Er zijn wel nog gratis randparkings waar je de metro kunt nemen tot het centrum, onder meer in Lomme en 4 Cantons.

Blz. 79: Het Belgische 3e Linieregiment in de Grote Oorlog, het regiment van mijn oudoom Emiel Schelstraete

Eric R.J. Wils

Alle vier de broers Schelstraete kwamen voor de Eerste Wereldoorlog op voor de loting van het Belgische leger en werden uitgeloot. Emiel had de droom toe te treden tot de Belgische Rijkswacht en een periode bij het leger was daarvoor als eenvoudige boerenknecht een opstap. Hij meldde zich in april 1909 vrijwillig aan bij het 3e Linieregiment dat garnizoenen had in Ieper en Oostende.

Kort: Blz. 28:  Cassel: Scheiding van kerk en staat? Luc  Vanacker.  Blz. 32a: Soldaat Edmond Berger, was hij misschien de eerste Franse gesneuvelde tijdens WO I?  Freddy Vandenbroucke. Blz. 32b: Het verhaal achter een foto op een graf in een verre stad…Freddy  Vandenbroucke. Blz. 66:  De tragische dood van twee gendarmen; Freddy  Vandenbroucke.

Advertenties